Dyslexiebeleid op het Gerrit Rietveld College
In het landelijke Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs worden aanbevelingen gedaan voor het dyslexiebeleid dat scholen kunnen voeren t.a.v. dyslexie. Het Ministerie van Onderwijs heeft ook al in 2002 een publicatie gestuurd naar alle scholen voor Voortgezet Onderwijs in Nederland. Ook daarin worden tal van suggesties gedaan voor een goede begeleiding van dyslectische leerlingen.
Voordat deze beide publicaties verschenen hadden wij op het GRC al een beleid met betrekking tot het omgaan met dyslectische leerlingen.
Uitgangspunten van dit dyslexiebeleid zijn:
- Elke docent moeten weten welke leerlingen in zijn of haar klas dyslectisch zijn.
- De docenten weten hoe ze met deze leerlingen om moeten gaan in overeenstemming met het bestaande beleid op het GRC op het gebied van dyslexie.
Ten aanzien van de omgang met dyslectische leerlingen zijn de volgende richtlijnen geformuleerd:
Vergroting van proefwerken
De leerlingen krijgen altijd een vergroting van proefwerken. Hetzij een vergroting naar A3 formaat, hetzij een vergroting door gebruik te maken van een vergroot lettertype (punt 14).
De leerlingen zijn verplicht om de vergrotingen te accepteren. Daar zijn een aantal redenen voor:
- Leerlingen hebben vaak in het begin moeite met een vergroting, maar na verloop van tijd vinden vrijwel alle leerlingen het prettig. In het begin zijn ze bang dat ze in de klas opvallen, maar dat blijkt snel mee te vallen. De ervaring heeft geleerd dat na verloop van tijd vrijwel alle dyslectische leerlingen (80% à 90%) uiteindelijk een vergroting op prijs stellen.
- Wij vinden het belangrijk dat docenten zich bij ieder proefwerk bewust zijn van het feit dat er dyslectische leerlingen in zijn of haar klas zitten. Door het maken van vergrotingen en het uitdelen van al deze vergrotingen blijft de docent goed op de hoogte van het aantal dyslectische leerlingen in zijn klas en weet hij ook precies welke leerlingen dat zijn.
- Voor het verkrijgen van vergrotingen bij het eindexamen wordt als voorwaarde gesteld dat de leerling ook tijdens zijn of haar schoolloopbaan gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van het verkrijgen van vergrotingen.
- Vaste regels over wie wel en wie niet een vergroting krijgen, verhogen de duidelijkheid en beperken de discussies op dit gebied.
Extra tijd
Waar mogelijk en waar nodig probeert de docent aan de dyslectische leerling extra tijd te geven bij proefwerken.
- Extra tijd geven is bijvoorbeeld mogelijk door leerlingen nog even in de pauze te laten doorwerken.
- Als dat niet mogelijk is, kan ook overwogen worden om het aantal opgaven voor deze leerlingen te beperken.
- Een andere mogelijkheid is om de laatste opgave(n) niet of minder te laten meetellen, als de leerling daar niet aan toe is gekomen
- Extra tijd kan ook al op een eenvoudige manier aan dyslectische leerlingen worden gegeven door hun het eerst de (vergrote) proefwerken te geven en hun proefwerken als laatste op te halen
- Tijdens de proefwerkweek krijgen de leerlingen 10 minuten extra tijd voor het maken van hun proefwerk.
Mondelinge beurten
Waar mogelijk en waar nodig geeft de docent aan de dyslectisch leerlingen de mogelijkheid om onvoldoende proefwerken en schriftelijke overhoringen mondeling in te halen. Het zal iedereen duidelijk zijn dat hier niet onbeperkt gebruik gemaakt van kan worden.
Soepeler rekenen van spellingfouten.
Over het minder streng rekenen van spellingfouten bestaan op dit moment met name op het gebied van de moderne vreemde talen, nog geen eenduidige regels. De docenten worden gewezen op de wenselijkheid om bij de beoordeling van de proefwerken zoveel mogelijk rekening te houden met de problematiek van de dyslectische leerling en daardoor soepeler om te gaan met spellingfouten. In de praktijk blijkt het bijzonder moeilijk om hier duidelijke regels over op te stellen. Immers: wanneer is een spellingfout het gevolg van dyslexie en wanneer van slordigheid, niet kennen of niet goed toepassen van de spellingregels? Afgelopen jaar is opnieuw aan de talensecties gevraagd om tot meer helderheid en eenduidigheid te komen ten aanzien van de beoordeling van spellingfouten.
Beoordeel op vakinhoudelijke kennis.
In het geval van vakken zoals aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, etc. worden de docenten gevraagd om de leerlingen zoveel mogelijk op zijn of haar vakinhoudelijke kennis te beoordelen en spellingfouten zo min mogelijk mee te rekenen.
Mondelinge leesbeurten beperken.
Wij adviseren de docenten om mondelinge leesbeurten bij dyslectische leerlingen zoveel mogelijk te beperken. De meeste dyslectische leerlingen hebben veel moeite met het hardop lezen van teksten, vooral als ze onverwachts een beurt krijgen. Zonodig kan aan de leerling de mogelijkheid gegeven worden om de leesbeurt van de voren (thuis) voor te bereiden.
Proefwerkweek
Alle dyslectische leerlingen hebben het recht om tijdens de proefwerkweek 10 minuten langer aan hun proefwerken te werken.
In 2007 is begonnen met een proef om alle dyslectische brugklasleerlingen bij elkaar te zetten in één lokaal tijdens de proefwerkweek. Het voordeel hiervan is dat de dyslectische leerlingen in alle rust langer aan hun proefwerken kunnen werken. Bovendien gaat het langer werken niet ten koste van de pauze tussen de twee proefwerken in.
Het Gerrit Rietveldcollege verleent dispensatie voor de talen Frans en Duits in de onderbouw en bovenbouw van alle niveau’s mits de leerling daarvoor in aanmerking komt.
De directie beslist of een leerling dispensatie krijgt. De leerling dient altijd in het bezit te zijn van een officiële dyslexieverklaring, uitgevoerd door een geregistreerd orthopedagoog/psycholoog
Mocht u nog meer willen weten over ons beleid richt u uw vragen dan aan:
a.folmer@gerritrietveldcollege.nl
coördinator dyslexie en leerproblemen
Dyslexiebeleid op het Gerrit Rietveld College
In het landelijke Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs worden aanbevelingen gedaan voor het dyslexiebeleid dat scholen kunnen voeren t.a.v. dyslexie. Het Ministerie van Onderwijs heeft ook al in 2002 een publicatie gestuurd naar alle scholen voor Voortgezet Onderwijs in Nederland. Ook daarin worden tal van suggesties gedaan voor een goede begeleiding van dyslectische leerlingen.
Voordat deze beide publicaties verschenen hadden wij op het GRC al een beleid met betrekking tot het omgaan met dyslectische leerlingen.
Uitgangspunten van dit dyslexiebeleid zijn:
- Elke docent moeten weten welke leerlingen in zijn of haar klas dyslectisch zijn.
- De docenten weten hoe ze met deze leerlingen om moeten gaan in overeenstemming met het bestaande beleid op het GRC op het gebied van dyslexie.
Ten aanzien van de omgang met dyslectische leerlingen zijn de volgende richtlijnen geformuleerd:
Vergroting van proefwerken
De leerlingen krijgen altijd een vergroting van proefwerken. Hetzij een vergroting naar A3 formaat, hetzij een vergroting door gebruik te maken van een vergroot lettertype (punt 14).
De leerlingen zijn verplicht om de vergrotingen te accepteren. Daar zijn een aantal redenen voor:
- Leerlingen hebben vaak in het begin moeite met een vergroting, maar na verloop van tijd vinden vrijwel alle leerlingen het prettig. In het begin zijn ze bang dat ze in de klas opvallen, maar dat blijkt snel mee te vallen. De ervaring heeft geleerd dat na verloop van tijd vrijwel alle dyslectische leerlingen (80% à 90%) uiteindelijk een vergroting op prijs stellen.
- Wij vinden het belangrijk dat docenten zich bij ieder proefwerk bewust zijn van het feit dat er dyslectische leerlingen in zijn of haar klas zitten. Door het maken van vergrotingen en het uitdelen van al deze vergrotingen blijft de docent goed op de hoogte van het aantal dyslectische leerlingen in zijn klas en weet hij ook precies welke leerlingen dat zijn.
- Voor het verkrijgen van vergrotingen bij het eindexamen wordt als voorwaarde gesteld dat de leerling ook tijdens zijn of haar schoolloopbaan gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van het verkrijgen van vergrotingen.
- Vaste regels over wie wel en wie niet een vergroting krijgen, verhogen de duidelijkheid en beperken de discussies op dit gebied.
Extra tijd
Waar mogelijk en waar nodig probeert de docent aan de dyslectische leerling extra tijd te geven bij proefwerken.
- Extra tijd geven is bijvoorbeeld mogelijk door leerlingen nog even in de pauze te laten doorwerken.
- Als dat niet mogelijk is, kan ook overwogen worden om het aantal opgaven voor deze leerlingen te beperken.
- Een andere mogelijkheid is om de laatste opgave(n) niet of minder te laten meetellen, als de leerling daar niet aan toe is gekomen
- Extra tijd kan ook al op een eenvoudige manier aan dyslectische leerlingen worden gegeven door hun het eerst de (vergrote) proefwerken te geven en hun proefwerken als laatste op te halen
- Tijdens de proefwerkweek krijgen de leerlingen 10 minuten extra tijd voor het maken van hun proefwerk.
Mondelinge beurten
Waar mogelijk en waar nodig geeft de docent aan de dyslectisch leerlingen de mogelijkheid om onvoldoende proefwerken en schriftelijke overhoringen mondeling in te halen. Het zal iedereen duidelijk zijn dat hier niet onbeperkt gebruik gemaakt van kan worden.
Soepeler rekenen van spellingfouten.
Over het minder streng rekenen van spellingfouten bestaan op dit moment met name op het gebied van de moderne vreemde talen, nog geen eenduidige regels. De docenten worden gewezen op de wenselijkheid om bij de beoordeling van de proefwerken zoveel mogelijk rekening te houden met de problematiek van de dyslectische leerling en daardoor soepeler om te gaan met spellingfouten. In de praktijk blijkt het bijzonder moeilijk om hier duidelijke regels over op te stellen. Immers: wanneer is een spellingfout het gevolg van dyslexie en wanneer van slordigheid, niet kennen of niet goed toepassen van de spellingregels? Afgelopen jaar is opnieuw aan de talensecties gevraagd om tot meer helderheid en eenduidigheid te komen ten aanzien van de beoordeling van spellingfouten.
Beoordeel op vakinhoudelijke kennis.
In het geval van vakken zoals aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, etc. worden de docenten gevraagd om de leerlingen zoveel mogelijk op zijn of haar vakinhoudelijke kennis te beoordelen en spellingfouten zo min mogelijk mee te rekenen.
Mondelinge leesbeurten beperken.
Wij adviseren de docenten om mondelinge leesbeurten bij dyslectische leerlingen zoveel mogelijk te beperken. De meeste dyslectische leerlingen hebben veel moeite met het hardop lezen van teksten, vooral als ze onverwachts een beurt krijgen. Zonodig kan aan de leerling de mogelijkheid gegeven worden om de leesbeurt van de voren (thuis) voor te bereiden.
Proefwerkweek
Alle dyslectische leerlingen hebben het recht om tijdens de proefwerkweek 10 minuten langer aan hun proefwerken te werken.
In 2007 is begonnen met een proef om alle dyslectische brugklasleerlingen bij elkaar te zetten in één lokaal tijdens de proefwerkweek. Het voordeel hiervan is dat de dyslectische leerlingen in alle rust langer aan hun proefwerken kunnen werken. Bovendien gaat het langer werken niet ten koste van de pauze tussen de twee proefwerken in.
Het Gerrit Rietveldcollege verleent dispensatie voor de talen Frans en Duits in de onderbouw en bovenbouw van alle niveau’s mits de leerling daarvoor in aanmerking komt.
De directie beslist of een leerling dispensatie krijgt. De leerling dient altijd in het bezit te zijn van een officiële dyslexieverklaring, uitgevoerd door een geregistreerd orthopedagoog/psycholoog
Mocht u nog meer willen weten over ons beleid richt u uw vragen dan aan:
a.folmer@gerritrietveldcollege.nl
coördinator dyslexie en leerproblemen